Tegenvallende resultaten Participatiewet

De Participatiewet heeft de baankansen voor mensen met een arbeidsbeperking niet verbeterd, zo stelt het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in een evaluatie over die wet. Voor de Oogvereniging komen deze bevindingen niet als een verrassing, zo meldt ze op haar website. “De bevindingen zetten onze lobby extra kracht bij om de kansen op werk voor mensen met een visuele beperking te verbeteren.”

“De bevindingen van het SCP komen overeen met de signalen die we bij de Oogvereniging horen. Mensen met een visuele beperking hebben veel moeite om bij de gemeente de hulpmiddelen te krijgen die ze nodig hebben om hun werk goed te doen. Ook horen we dat er grote verschillen zijn tussen gemeenten”, geeft Joep Aarts, directeur Oogvereniging, aan.

Het SCP noemt een aantal redenen waarom de Participatiewet niet of nauwelijks werkt. Zo ziet zij opstartproblemen bij gemeenten als één van de oorzaken. Maar ook het feit dat aannames in de wet niet blijken te kloppen met de praktijk. Zo is niet iedereen in staat om te werken en heeft het omzetten van verschillende wetten naar één participatiewet niet geleid tot minder complexiteit. Bovendien is een deel van de doelgroep niet in beeld. 

Financiering

Een ander probleem is de financiering binnen de wet. Gemeenten ontvangen geld van de overheid om mensen naar werk te begeleiden. Dit budget is vrij te besteden. Als gemeenten echter op uitkeringen besparen, mogen ze het restant houden en ook vrij besteden. Dit gegeven zorgt ervoor dat gemeenten bewust inzetten op de meest kansrijke groep binnen de totale doelgroep. 

De Participatiewet trad op 1 januari 2015 in werking met als doel een inclusieve arbeidsmarkt te creëren. De invoering van de wet zou het voor werkgevers overzichtelijker en makkelijker moeten maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. De Participatiewet verving de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). 

Wajong

De participatiewet heeft voor jonggehandicapten overigens wél gezorgd voor een toename van nieuwe instroom. Echter is tegelijkertijd de inkomenspositie van jonggehandicapten verslechterd. Wajongers hebben vaker een deeltijdbaan en werken vaker via een tijdelijk contract. 

Een nieuw wetsvoorstel Wajong, dat de huidige regels zou moeten versimpelen, werd begin november geaccepteerd door de Tweede Kamer. Het voorstel is een verbetering ten opzichte van een eerder ontwerp, maar volgens belangenorganisatie Ieder(in) nog steeds niet goed genoeg. “Wij zijn niet tevreden met het huidige voorstel zoals het nu naar de Eerste Kamer gaat. Werk moet lonen wanneer je naar vermogen participeert. Met het huidige wetsvoorstel kom je onder het wettelijk minimumloon (WML) uit als je door een medische urenbeperking slechts een beperkt aantal uur kunt werken. Wij vinden dat wanneer je naar vermogen werkt, je het wettelijk minimumloon moet kunnen verdienen, ongeacht je urenbeperking.” 

“Veel mensen met een visuele beperking werken niet fulltime, vanwege hun energiemanagement,” vertelt Michel van Lookeren, van re-integratiebureau OBOL, dat zich specifiek op blinden en slechtzienden richt. “De participatiegraad van onze doelgroep is nog steeds maar 30-35 procent. Dat is jammer. Ik hoor veelal over mooie projecten, maar in de praktijk valt het vaak tegen. Werkgevers zijn nog steeds huiverig, bang voor een hoog ziekteverzuim. Soms wordt er een baan gecreëerd, maar doorgaans is dit niet het geval.”

Garantietermijn

Een veelgehoorde angst onder Wajongers is de vrees voor het vervallen van het recht op een uitkering bij baanverlies. Terecht, zo vindt Ieder(in): “Werkende Wajongers krijgen in het wetsvoorstel een garantiebedrag als de uitkering op basis van de nieuwe regels lager is dan de oude uitkering. Dit blijft gelden wanneer iemand na baanverlies binnen 12 maanden een nieuwe baan vindt. Ondanks een verlenging van de garantietermijn van 2 naar 12 maanden, zorgt de nieuwe regeling voor een enorme druk. Het verlies van het garantiebedrag heeft zeer grote consequenties waardoor werkende Wajongers het gevoel krijgen ‘gevangen’ te zitten in hun huidige baan. Het werken aan een carrière wordt zo onnodig spannend gemaakt.”  

"Het wetsvoorstel kan en moet volgens Ieder(in) beter. Voorstellen hiervoor zijn in het debat in de Tweede Kamer aan de orde geweest. Ieder(in) pleit ervoor dat wetsvoorstellen zoals deze aantoonbaar in lijn zijn met het VN-verdrag voor mensen met een handicap. Wij zijn dan ook op dit moment, samen met andere partijen, aan het kijken naar mogelijkheden om via de Eerste Kamer het wetsvoorstel te verbeteren.”

De nieuwe wet Wajong zal vanaf de eerste helft van 2020 gefaseerd ingevoerd worden.